Bali Advertiser - Advertising for The Expatriate Community

Bali Door De Ogen Van Nescio

MAGIE IN DENPASAR
2. Gered door een oude priester-balian (deel 2)
De oude man reikt naar een lichtknopje dat zich links naast de deur tegen de muur bevindt en een klein peertje van zo’n 15 Watt floept aan. In het spaarzame licht dat het peertje verspreidt, zie ik dat ik me in een klein, open halletje van ongeveer twee bij twee meter bevind. Aan de overzijde van het halletje loopt een kort en smal gangetje, waaraan zich aan de rechterzijde twee deuren bevinden, elk voorzien van een gesloten, groen gordijn dat tot aan de grond reikt. Het gangetje leidt naar een donkere ruimte achter in het huis, waar ik een flakkerende, rode gloed waarneem die grillig bewegende, donkere schaduwen op de achtermuur werpt. Vlak voor die donkere ruimte met de rode gloed zie ik een smalle trap die naar een hogere etage leidt. Op de grond van het halletje ligt een rechthoekige, donkerrode mat met een zwart zigzag motief. De oude man gebaart me hierop plaats te nemen. Dan loopt hij de donkere ruimte achter in het huis in.
Ik zet m’n tas neer en neem plaats in kleermakerszit, met m’n rug steunend tegen de muur. Links van me, onder de trap, bakent een eenvoudige houten kast waarin wat glazen en kleine snuisterijen staan het halletje af. Aan de pokdalige muur tegenover me hangt achter het gebarsten glas van een fotolijstje een verkleurde foto waarop ik de oude man in een jongere versie herken, samen met een vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd en een jongeman wiens gezicht een sterke gelijkenis met dat van de vrouw vertoont.
Even later keert de oude man weer terug en neemt tegenover me plaats terwijl hij zegt, “kopi dulu”. Het is te donker om Herman’s boekje te raadplegen maar ik vermoed dat “koppie” koffie betekent, dus ik knik maar bevestigend als antwoord. Mijn vermoeden blijkt juist als even later een oude vrouw uit de donkere ruimte tevoorschijnt komt. Ze heeft een dienblad in haar handen waarop twee glazen zwarte koffie en een schotel met verschillende lekkernijen staan, onder andere roze en gele matvormige koeken, wat bananen, en een stuk of wat kleine vierkante pakjes van dichtgebonden groene bladeren.
Ze zet het blad tussen ons neer op de mat en zegt met een vriendelijke glimlach, “minum!”. Ik knik vriendelijk glimlachend terug. De oude man kijkt me aan en gebaart dan naar de koffie. Ik knik weer en neem dan een van de twee glazen. Voorzichtig neem ik een klein slokje. De koffie is heet en mierzoet. Ik steek m’n duim op en zeg, “good!” (ik hou wel van zoet). De oude vrouw knikt goedkeurend en loopt dan terug de donkere ruimte in.
Het is warm en vrij benauwd in het halletje. Door het drinken van de zoete hete koffie begin ik al snel te zweten. Ik zet mijn glas voor me neer op de mat en pel een banaantje. De oude man merkt dat ik het warm heb en zegt dan ineens in het Nederlands, “het is warm he?”. Verbaasd dat ik hem Nederlands hoor spreken kijk ik op. “U spreekt Nederlands?”, vraag ik naar de bekende weg.
De oude man lacht en zegt, “jawel, maar dat is niets bijzonders hoor. Ik heb de laatste periode van het Nederlandse koloniale tijdperk nog meegemaakt, net zoals zovele van mijn leeftijdgenoten, en het Nederlands was gedurende die tijd de voertaal bij officieele aangelegenheden, vandaar”.
“Mijn naam is Jero Gede Mertha. Je kunt me Pak Jero noemen, als je wilt. Normaalgesproken woon ik in het dorpje Bhuanasari, vlak bij Singaraja in Noord Bali, maar als er belangrijke ceremonies zijn, keer ik terug naar mijn geboortestad Denpasar en woon ik in dit huis”.
Hij kijkt naar een klok die boven me aan de muur hangt en merkt op dat het precies middernacht is. Hij legt uit dat nu een dag van stilte en meditatie begint die door de Hindus op Bali ‘Nyepi’ wordt genoemd. Het is de eerste dag van 1925, het Balinese nieuwe jaar volgens de Çaka maankalender van Bali, een dag die telkens plaatvindt na ‘Tilem Sasih Kesanga’, de negende nieuwe maan van het jaar.
Dan staat Pak Jero op. Hij loopt naar een van de kamertjes en verdwijnt voor een kort ogenblik achter het groene gordijn. Als hij terugkomt, heeft hij een soort sjaal in zijn hand. Hij overhandigt me de sjaal, en maakt me duidelijk maakt dat ik deze om mijn middel moet binden. Ik bind de witte sjaal, die zijdezacht aanvoelt, om mijn middel en vraag me af wat er nu gaat gebeuren.
Pak Jero loopt naar de trap en wenkt dat ik hem moet volgen.
(wordt vervolgd)

IN GESPREK MET ...


Theo de Bruijn
Gepensioneerd op Bali
Wanneer en hoe ben je voor het eerst met Bali in aanraking gekomen?
TdB: Dat was 28 jaar geleden, in 1980. Toen ben ik voor het eerst naar Bali op vakantie gegaan samen met een vriend van me. We maakten toen een rondreis door Indonesie en op het einde van die reis arriveerden we op Bali waar we wat tijd hadden om te relaxen. En dat beviel me uitstekend.
Om welke redenen heb je je uiteindelijk op Bali gevestigd?
TdB: Eigenlijk had ik een vestigingsdrang op Ambon. Sinds die eerste keer Indonesie waren we er al een paar keer naar teruggegaan. Uiteindelijk ben ik op Ambon terecht gekomen waar ik een huis heb laten bouwen. Toen dat huis echter tijdens de politieke onrust in die tijd in een brand verloren was gegaan, zijn we tenslotte via Jakarta weer op Bali terecht gekomen.
Uit welk deel van Nederland kom je en wat waren je bezigheden voordat je naar Bali vertrok?
TdB: Ik kom uit Gelderland. Ik zat daar in de badkamers, dat wil zeggen ik renoveerde oude badkamers en bouwde nieuwe. Ook heb ik in Gelderland nog een restaurant gehad.
Heb je een gelukkige jeugd gehad?
TdB: Ja, dat kan ik wel zeggen. Alhoewel ik al vroeg ben gaan werken, wat ik overigens niet erg vond want met werken kon ik geld verdienen.
Wat is voor jou het beste van Bali?
TdB: Het beste van Bali? Ik hou van de omgeving waarin ik woon en van de relatieve rust op dit eiland. Ik heb tot m’n 65e gewerkt en hier op Bali kun je overal terecht om een biertje te drinken, dat vind ik prima zo.
Waar houd je je op Bali voornamelijk mee bezig?
TdB: Eigenlijk met niets. Behalve dan wellicht het in liggende of staande toestand controle houden op de kwaliteit van de Nederlandse snacks, zoals gehaktballen, vlammetjes, kroketten enzovoort, die mijn vrouw Nengah maakt volgens mijn recepten. Daar is ze twee jaar geleden mee begonnen omdat er in die tijd eigenlijk geen goede Nederlandse kroketten op Bali te krijgen waren. En nu, na twee jaar en dank zij de constante, uitstekende kwaliteit naar Nederlandse maatstaven, levert ze al aan een aanzienlijk aantal restaurants en particulieren door heel Bali.
Doe je, naast het kontroleren van de kwaliteit van je vrouw’s kroketten, nog andere dingen?
TdB: [Schudt z’n hoofd] ..... Nee. Zoals ik al zei, ik doe hier eigenlijk niets, behalve dan lekker elke middag op het strand van Sanur van een biertje genieten.
Wat mis je van Nederland het meest?
TdB: De zoute haring..... niet de kroketten natuurlijk want die maken we hier zelf.
Zie je jezelf ooit terug gaan naar Nederland?
TdB: Nee, nee. Ik ben laatst in Februari nog even terug geweest en hebben het daar in die tijd zo koud gehad......
Meer over Theo en de Nederlandse snacks op Bali van zijn vrouw Nengah is te lezen op:
website www.dutchsnacks-bali.com

Wilt u in aanmerking komen voor een van de volgende edities van “In gesprek met...”, stuur dan een e-mailtje naar:

pakrobert@hotmail.com
Copyright © 2008 Pak Robert