Conchita de Jong


IN GESPREK MET …

Conchita de Jong
Onderwijs Project leider op Bali
Wanneer en hoe ben je voor het eerst met Bali in aanraking gekomen?
CdJ: Ik maakte in 1997-1998, als voorbereiding voor een proefschrift over Aziatische kunst, een studiereis door Zuid-Oost Azie. Ik was in Indonesie tijdens de laatste maanden van president Soeharto. Toen de onrusten uitbraken, met rellen en tanks in de straten, ben ik naar Bali gegaan, uit veiligheids overwegingen en als afsluiting van die studiereis.
Om welke redenen heb je je uiteindelijk op Bali gevestigd?
CdJ: Toen alles weer rustig werd, besloot ik me te specialiseren in Indonesische kunst en ben ik naar Bandung gegaan, waar ik zo’n twee-en-een-half jaar heb gewoond. Daar werd ik gevraagd een na-schools onderwijs project op te zetten, waarvan Engels en computerkunde, maar ook vooral muziek theater en kunst een onderdeel van zouden gaan vormen. Gedurende die periode keerde ik echter ook regelmatig naar Bali terug omdat ik daar zo lekker rustig mijn aantekeningen kon uitwerken. Op Bali kwam ik erachter dat een dergelijk project nog veell noodzakelijker was. Dat deed me besluiten op het “Onderwijs Project plan” daar te gaan realsieren. In Lovina ontmoette ik een vertegenwoordiger van de Herman van Veen foundation, Maarten Sikking die het belang van een dergelijk project in zag en De Herman van Veen Foundation voor het project wist warm te maken. Dat hielp ons het begin te maken en uiteindelijk is het ons eind 2000 gelukt om van start te gaan met het non-profit onderwijs project “Window to the World”, indertijd met 48 kinderen; momenteel zijn dat zo’nl 500 kinderen per jaar. We hebben daarbij hulp gekregen van zowel non – profit organisatie’s als individuele donateurs. Het is een echte “community school” geworden.
Uit welk deel van Nederland kom je en wat waren je bezigheden voordat je naar Bali vertrok?
CdJ: Ik ben in Naarden en Bussum opgegroeid en heb daarna in Amsterdam gewoond. Ik heb daar “Kunstgeschiedenis en Archeologie” gestudeerd en een onderwijsgraad gehaald.
Heb je een gelukkige jeugd gehad?
CdJ: Ik heb een hele gelukkige jeugd gehad, ja. Geen klachten en geen frustraties.
Wat is voor jou het beste van Bali?
CdJ: [Denkt even na…] …Bali blijft me altijd dat vakantie-gevoel geven, ook na elke dag van hard werken.
Waar houd je je op Bali voornamelijk mee bezig?
CdJ: Mijn meeste tijd gaat op in het onderwijs-project van “Window to the World”; met het trainen van leraren, allerlei organisatorische taken en fondsen werven. Het werven van fondsen is een tijdrovende klus waar veel energie in gaat zitten. Het is een vo;tijds baan. In de loop van de acht jaar dat het project loopt, hebben er al zo’n duizend kinderen aan deelgenomen. De kleuterschool neemt daarbij een steeds prominentere plek in.
Doe je, naast “Window to the World”, nog andere dingen?
CdJ: Hoofdzakelijk genieten van het leven, zoals lekker tafelen met vrienden. Door mijn lidmaatschap van de Rotary Club van Bali Lovina ben ik ook nog in staat om me in te zetten voor andere sociale projecten in Noord Bali.
Wat mis je van Nederland het meest?
CdJ: De seizoenen. Vooral de herfst en de lente….. en soms een zakje drop, of een broodje shoarma met heel veel knoflooksaus.
Zie je jezelf ooit terug gaan naar Nederland?
CdJ: Ja. Ik heb wel het idee dat ik ook weer zal terugkeren naar Nederland, bijvoorbeeld als ik mijn baan hier niet meer zou hebben en ik in Nederland een interessante baan zou kunnen krijgen.
Meer over Conchita de Jong en haar “Window to the World” project is te lezen op: www.rumahalfred.nl
Wilt u in aanmerking komen voor een van de volgende edities van “In gesprek met…”,
stuur dan een e-mailtje naar:
pakrobert@hotmail.com

BALI DOOR DE OGEN VAN NESCIO

“MAGIE IN DENPASAR”
3. Vurige meditatie op een zolderkamertje (1)
Met mijn handen steun zoekend tegen de muur klim ik voorzichtig achter Pak Jero aan de smalle trap op. De trap komt uit bij een geopend vierkant luik in het plafond en ik moet me bukken om mijn hoofd niet tegen de rand ervan te stoten. Als ik mijn lange lichaam door het luik heb gewurmd en me op de vloer gehesen heb, knipt Pak Jero een lampje aan (alweer zo’n 15-Watter).
Ik kijk om me heen en zie dat ik me in een kleine ruimte van ongeveer vier bij vier meter bevind welke op een houten tafel na, die tegen een muur staat opgesteld, leeg is. In een van de muren bevindt zich een klein raam dat met een houten luik gesloten is. Op de tafel bevinden zich verschillende voorwerpen. Midden op de tafel staan twee op kokers gelijkend bakjes (elk ongeveer twintig centimeter hoog en twaalf centimeter in doorsnede) die gemaakt zijn van aan elkaar geregen repen groene en beigebruine bladeren. In die kokers bevindt zich onder andere een kleine, kaalgeschoren kokosnoot en een bruin ei. Ernaast staat een zilverkleurige schaal met een opstaande rand waarop verschillende soorten fruit en steelloze bloemen liggen. Links op de tafel zie ik een koperen beeldje en een rijkbewerkte bel waarvan de lange steel in een knop met twee vleugels eindigt, en rechts staat een ongeveer veertig centimeter hoog, zwarthouten beeld dat getooid is in een zwartwit geblokte sarong. Het hoofd van het beeld heeft halfgesloten ogen en van die typische, strak glimlachende rode lippen, waardoor ik onwillekeurig aan de Mona Lisa moet denken.
Aan de muur, op hoofdhoogte boven de tafel, is een rechthoekige bak van geelgeverfd hout bevestigd welke door twee parasolletjes (een witte en een gele) wordt geflankeerd. Op de rand van de bak zijn decoraties van groene en rode stof bevestigd, voorzien van ingenaaide, goudkleurige sterren. Aan de voorzijde van de bak hangt een gele lap stof waarop ronde spiegeltjes en goudkleurige figuurtjes zijn bevestigd. In de bak zelf staan of liggen verschillende voorwerpen, ik zie onder andere een grote plastic fles die halfgevuld is met een doorschijnende vloeistof, enkele kleine bruinkleurige flesjes (waarvan er eentje met ijzerdraad aan de voorzijde van de bak is bevestigd), een halfroestig blik en wat potjes en doosjes. Aan de linkerhoek van de bak hangt verder nog een ongeveer vijfendertig centimeter lange kris met een gebogen, gladde houten greep.
Pak Jero gebaart me te gaan zitten op een mat die tegenover de tafel langs de muur ligt. Als ik er naartoe loop, buigen de houten planken van de vloer gevaarlijk krakend onder mijn voeten door. In kleermakerszit sla ik Pak Jero gade. Hij rommelt wat ik de gele bak en haalt er een bundeltje lange wierookstaafjes uit. Vervolgens vist hij een doosje lucifers uit de zak van z’n jasje, strijkt een lucifer aan en houdt het vlammetje onder de bundel wierookstaafjes in zijn hand. Ik zie hoe het vlammetje aan de uiteinden van staafjes likt en hoe ze langzaam gezamelijk beginnen te ontbranden, om dan een vlammende en rokende fakkel van vuur te vormen. Met gestrekte arm zwiept Pak Jero het bundeltje heen en weer zodat de vlammende vuurtong weer dooft en nog slechts de gloeiende vermiljoene topjes van de staafjes zichtbaar zijn. Een walm van wierook drijft mijn kant op en prikkelt mijn neus.
Pak Jero neemt een stuk of negen van de staafjes en plaatst deze in het klein bruin flesje dat aan het midden van de lange zijde aan de gele bak bevestigd is. Dan bukt hij zich en pakt een zwart plastic tasje dat onder de tafel ligt en haalt er twee kleine ronde offertjes uit die elk uit een bakje gemaakt van gewoven stroken bruine bladeren bestaan, waarin enige trosjes bloemblaadjes (ik zie gele, blauwe, rode en witte) en wat groene sprietige blaadjes liggen. Met die twee offertjes en de overgebleven wierookstaafjes loopt hij naar me toe (waarbij het valt me opvalt dat ik de planken van de vloer niet onder zijn voeten hoor kraken).
Pak Jero plaatst een van de twee offertjes voor me op de mat en gaat dan rechts naast me zitten. Het overgebleven offertje plaatst hij voor zichzelf op de grond. Hij legt een staafje brandende wierook dwars over elk van de offertjes en zegt dan, “Ik nodig je uit om nu, hier in de heilige kamer, met mij te gaan mediteren. Houd tijdens het mediteren je ogen open en haal diep en rustig adem. En wat er ook moge gebeuren, houd je ogen open en wees niet bang. Durf je?”
(wordt vervolgd)