Marjolein de Jong


IN GESPREK MET …

Marjolein de Jong
Vrijwilligster bij een school voor verstandelijk gehandicapten in Selat
Wanneer en hoe ben je voor het eerst met Bali in aanraking gekomen?
MdJ: Dat was vorig jaar. Ik werkte op dat moment in Nederland al met verstandelijk gehandicapten. Een collega van me had een programma op de TV gezien waarin onze stichting, “Sjaki-Tari-Us”, in voorkwam die op Bali met verstandelijk gehandicapten werkt. Ze zochten vrijwilligers en mijn collega merkte op dat dat iets voor mij zou kunnen zijn omdat ik daarvoor de juiste opleiding had en ik bovendien graag in het buitenland wilde werken. Ik was al eens in Zuid Afrika geweest. Ik heb toen direct op die oproep van dat TV programma gereageerd en ik werd aangenomen.
Om welke redenen heb je besloten om juist op Bali te gaan werken?
MdJ: De ouders van Thijs, de oprichter van de stichitng “Sjaki-Tari-Us”, komen uit Indonesie. Tari is de dochter van Thijs en zij heeft het Syndroom van Down. Met de oprichting van de stichting “Sjaki-Tari-Us” wilde Thijs daar iets aan doen in Indonesie. Zijn tweelingbroer Sjaki (inmiddels overleden) woonde in Indonesie. Daarmee is dan gelijk ook de naam van de stichting verklaard, vernoemd naar Sjaki en Thijs’ dochter Tari. Us staat voor ‘ons’, alle vrijwilligers die aan de projecten van de stichting meewerken. Momenteel is er een project in Ubud en een project in Selat in Noord Bali, waar ik werkzaam ben.
Uit welk deel van Nederland kom je en wat waren je bezigheden voordat je naar Bali vertrok?
MdJ: Ik ben opgegroeid in Boskoop, vlak bij Gouda, en heb gestudeerd in Zwolle. Twee maanden voordat ik naar Bali ging, studeerde ik af in SPH (Sociaal Pedagogische Hulpverlening). En naast m’n studie heb ik in Nederland reeds met verstandelijk gehandicapten gewerkt.
Heb je een gelukkige jeugd gehad?
MdJ: Jazeker. Een vriendin van mij zei ooit eens, ‘Ik ben ik in Nederland opgegegroeid en opgeleid en daardoor kan ik nu hier wonen en werken’, en daar sta ik helemaal achter.
Wat is voor jou het beste van Bali?
MdJ: Mijn werk, het weer, de natuur, de warungs, de vriendelijke mensen….. zo ik kan eigelijk nog wel even doorgaan.
Waar houd je je op Bali voornamelijk mee bezig?
MdJ: Voornamelijk met mijn werk op de school in Selat. Ik werk daar met met verstandelijk gehandicapte kinderen in de leeftijdsgoep tot zeven jaar. We leiden er tevens de Balinese leerkrachten op, zodat die op termijn ook zelfstandig kunnen werken. Tot nog toe ontbrak de nodige expertise en die draag ik door mijn werk hier op ze over. Daarnaast spelen ook de ouders een grote rol bij de opleiding. Ze zijn in de klas aanwezig, en ik bezoek ze thuis. Zo leren ze onder andere hoe ze het best met hun kinderen kunnen communiceren. Ook geef ik les op het SLB (speciaal onderwijs voor verstandelijk gehandicapte kinderen vanaf zeven jaar) in Singaraja.
Doe je, naast Sjaki-Tari-Us nog andere dingen?
M: Af en toe lekker op het strand liggen, een glaasje drinken in een gezellige bar. En in het jaar dat ik hier nu al zit, heb ik inmiddels al heel veel van Bali kunnen zien.
Wat mis je van Nederland het meest?
M: Mijn echte vrienden, die mis ik het meest.
Meer over Marjolein en de
“Sjaki-Tari-Us’ stichting
is te lezen op:
www.sjakitarius.nl
Wilt u in aanmerking komen voor een van de volgende edities van “In gesprek met…”,
stuur dan een e-mailtje naar:
pakrobert@hotmail.com

BALI DOOR DE OGEN VAN NESCIO
“MAGIE IN DENPASAR”
Vurige meditatie op een zolderkamertje (3)
Met ingehouden adem kijk ik naar de vuurgloed die de kamer in een spookachtig licht zet. Terwijl ik zo met ingehouden adem naar die vuurgloed kijk, voel ik hoe de druk op mijn borstkast en op mijn hoofd langzaam toeneemt. Ik adem uit om de druk wat te verlichten en kijk dan opzij naar Pak Jero, die bewegingloos en met gesloten ogen in lotuszit naast me zit. Ik concentreer me weer op het vuur, dat af en toe in sterkte afneemt, en dan weer plots sterk opgloeit.
Na enige minuten (of was het langer?) dooft het vuur langzaam. De sterretjes zijn inmiddels verdwenen en de vuurgloed wordt nu steeds zwakker, om tenslotte een diepe, stille duisternis achter te laten. Dan hoor ik Pak Jero naast me zich bewegen. Hij staat op en knipt het licht aan, en loopt dan naar de tafel, waar hij het halfroestige blik uit de bak aan de muur haalt. Hij loopt met dat blik in zijn handen terug en gaat weer naast me zitten. Met zijn donkere ogen kijkt hij me vorsend aan en vraagt hoe ik me voel.
“Was je bang in het donker, en toen het vuur kwam?” vraagt Pak Jero.
“Valt wel mee”, houd ik me groot, “maar ik heb zoiets nog nooit meegemaakt. Waar kwam het vuur vandaan, Pak Jero?”
“Brahma is vannacht gekomen”, antwoordt Pak Jero. “Het vuur is van Brahma. Door zich hier vannacht te manifesteren, heeft hij je geaccepteerd”.
Hij kijkt me verheugd glimlachend aan, en schudt dan zijn hoofd alsof hij het zelf niet kan geloven. “Het is een heel goed teken, en daarom wil ik je iets geven”. Pak Jero rommelt wat in het blik en haalt er dan een ring uit. Hij houdt de ring even omhoog tegen het licht van de lamp, en ik zie hoe de ring vettig glinstert (alsof er een laagje olie overheen ligt). Dan overhandigt hij de ring aan mij. Als ik de ring van hem aanpak, voelt hij inderdaad olieachtig vet aan. Het is een zilveren ring met een grote, ovale bruine steen die een witbruine vlek vertoont. Pak Jero wijst naar de vlek en maakt me erop attent dat daarin het abstracte silhouet van een tijger zichtbaar is.
“De steen van deze ring wordt een ‘brumbun’ genoemd. Deze brumbun is geladen met een magische energie die de bezitter ervan helpt om zich te concentreren op moeilijke taken. Deze ring is een talisman en hij zal je beschermen”, zegt Pak Jero. “Draag hem daarom vanaf nu altijd”.
Ik schuif de ring om mijn rechter ringvinger en houdt mijn hand omhoog, de ring bewonderend. Ik kijk Pak Jero weer aan en weet niet goed wat ik moet zeggen. Ik ben nog helemaal beduusd van die merkwaardige ervaringen van zoeven…… “Bedankt Pak Jero, ik ben werkelijk heel blij met dit geschenk”, zeg ik uiteindelijk, verlegen glimlachend.
Ik kijk weer naar de ring, en naar het motief van de tijger, en hoor dan zachte voetstappen de trap opklimmen.
(wordt vervolgd)