Bali Door De Ogen Van Nescio


MAGIE IN DENPASAR
1. Voor het blok na een vreemde optocht in Denpasar (vervolg)
Een stuk of vijf, zes grote bamboe platforms, waarop afzichtelijke reuzen zitten, worden elk door enkele tientallen Balinezen op de schouders meegetorst en rondgedragen. De meeste van hen dragen rode hoofdbanden en zwarte T-shirts, waarop op de achterkant met witte letters de tekst “Tahun Çaka 1925” staat gedrukt.
De ober zet een vers glas thee voor me neer op tafel, en ik blader in m’n “Indonesisch voor op Reis”, een handig vertaalboekje dat ik voor m’n vertrek op de Albert Cuyp heb gekocht van een bereisde, kalende man die Herman heet. Nou, díe kan verhalen over Bali vertellen! Ik zoek het woord ‘tahun’ op en lees dat dit ‘jaar’ betekent, maar het woordje çaka kan ik nergens vinden. Ik neem een slok thee en peins me suf wat de reden voor die optocht zou kunnen zijn. Wie of wat is Çaka, en wat gebeurde er 78 jaar geleden, in het jaar 1925? Ik kom er niet uit en concentreer me weer op die merkwaardige optocht.
De platformdragers zwalken nu van links naar rechts over de volle breedte van de Jalan Teuku Umar. Zo af en toe draait zo’n platform een wilde pirouet en helt daarbij dan gevaarlijk over. De buitenste dragers slierten door die wilde bewegingen met vrij grote snelheid in het rond, en de toeschouwers die langs de kant van de weg staan te kijken, springen zo nu en dan gehaast naar achteren als de platformdragers hen dreigen te torpederen.
Als de merkwaardige optocht voorbijgetrokken is, begint het weer te regenen. Ik bedenk me dat ik het beste nog maar even blijf zitten totdat het weer droog is … het lijkt hier jandorie Nederland wel! Maar ik ben op vakantie, praat ik mezelf moed in, en de regen duurt hier nooit lang (dat heb ik tenminste ooit eens gelezen in een artikeltje dat ik op het Internet vond).
Ik blader nog een tijdje door Herman’s boekje in een poging om me het Indonesisch wat beter eigen te maken. Als ik na verloop van tijd van m’n boekje op kijk, is het gelukkig al weer droog. Ik merk ook dat ik inmiddels de enig overgebleven klant in het zaakje ben. De andere klanten hebben alle inmiddels al afgerekend en zijn met onbekende bestemming vertrokken. Een grote witte klok die aan de muur tegenover me hangt, wijst tien voor half elf aan.
Ik heb nog geen zin om naar m’n hotel in Legian terug te gaan en ik voel er veel voor om maar van de gelegenheid gebruik te maken om, per taxi dan, Denpasar bij Nacht eens wat te gaan verkennen. Een avondje stappen in Denpasar is, zelfs als het regent, toch een heel stuk opwindender dan teruggaan naar je hotel om daar in je kamer op bed naar de regen te gaan liggen luisteren, bedenk ik me.
Het bedienend personeel staat bij een kleine balie achter in de zaak zacht met elkaar te praten. Zo nu en dan werpen ze een blik naar me. Ik begin erop te letten, en ik krijg het gevoel dat ik weggekeken wordt. Ik denk dat het al over sluitingstijd is en dat het personeel naar huis wil. Ik steek m’n hand op en maakt het internationale ‘betalen’ gebaar. Een van de leden van het bedienend personeel begeeft zich achter de balie en noteert daar iets in een klein bloknoot. Hij staat even met de pen in z’n mond naar het zojuist geschrevene te kijken, verbetert dan wat, en scheurt het velletje tenslotte van het bloknoot. Met het velletje in zijn hand loopt hij naar me toe en legt het voor me neer op tafel. Ik pak het op, en terwijl ik lees wat er geschreven staat, staat de boodschapper naast me ongeduldig van het ene been op het andere te wiebelen. Ik lees dat ik dertienduizend rupiah moet betalen.
Ik open m’n knip en vis er een briefje van 20.000 rupiah uit. Terwijl ik zit af te rekenen, vraag ik of ik misschien een taxi kan bestellen om Denpasar wat te gaan verkennen. Glimlachend wordt me verteld dat dat helaas niet meer gaat. Iedereen zit al thuis, dus ook de taxichauffeurs, is de verbijsterende reden. Maar m’n portefeuille valt uit mijn hand als er aan toe wordt gevoegd dat over een goed uur niemand meer de straat op mag, erger nog, tot zonsopgang overmorgenochtend mag niemand zich nog op straat vertonen!
“Njeppie”, besluit de ober terwijl hij zich omdraait en naar de toonbank loopt om het wisselgeld te halen.
Ik geloof dat ik een probleem heb…..

IN GESPREK MET …

Erna Twechuizen
Numerologe en Tarot lezer
Wanneer en hoe ben je voor het eerst met Bali in aanraking gekomen?
ET: In 1988 ben ik voor het eerst met vakantie naar Bali gegaan. Dat was een gecombineerde reis, met onder andere Thailand, Hong Kong en Bali op het programma. Omdat gelijk al die eerste keer mijn hart op Bali achterbleef, ben ik er in 1989 en 1990 weer opnieuw naar toegegaan. In1991 benk ik uiteindelijk definitief uit Belgie vertrokken om me permanent op Bali te gaan vestigen.
Om welke redenen heb je je uiteindelijk op Bali gevestigd?
ET: Ik was telkens triest in mijn hart als ik op het einde van elke vakantie het eiland weer moest verlaten om terug te gaan naar Belgie. Mijn hart en mijn ziel bleven er telkens achter. Dat was de voornaamste reden voor mijn besluit me op Bali te gaan vestigen. Ook, door telkens op en af te gaan merkte ik dat m’n energieen volledig aan het veranderen waren; ze werden steeds sterker, ook op gezondheidsvlak. In Belgie had ik jarenlang last van hooikoorts, wat hier op Bali totaal verdwenen is. En een andere belangrijke reden was dat ik een kindje sponsorde van een Balinees gezinnetje uit Sanur.
Uit welk deel van Belgie kom je en wat waren je bezigheden voordat je naar Bali vertrok?
ET: Ik ben in Hoboken bij Antwerpen geboren. Ik heb er twintig jaar kantoorwerk gedaan, op de afdelingen loons- en personeelszaken bij verschillend Antwerpse bedrijven, onder andere Fokker.
Heb je een gelukkige jeugd gehad?
ET: Een hele gelukkige jeugd! Ik was enigst kind en had echt heel goede ouders. Ook al waren ze vaak overbezorgd, verwend werd ik echter niet. Helaas zijn mijn ouders al vroeg overleden. Ik had altijd al veel liefde voor de natuur, en was gek op dieren. Ik was een plattelandskindje dat echter ook van de grote stad hield. Zwemmen en fietsen deed ik het liefst.
Wat is voor jou het beste van Bali?
ET: Voor mij is het allerbeste van Bali dat ik er mijn talent heb kunnen ontwikkelen, dat ik er mezelf heb kunnen vinden. Alles wat in me zat is er hier op Bali uitgekomen, alles wat ik ooit geleerd heb, kan ik nu hier op Bali gebruiken. Ik heb hier veel mensen leren kennen die iets betekenen voor me, en heb er veel contacten en vrienden aan overgehouden, mensen van allerlei nationaliteiten. Voor mij is Bali een smeltkroes van nationaliteiten.
Waar houd je je op Bali voornamelijk mee bezig?
ET: Ik doe hier numerologische Tarot lezingen en evaluaties. Ik zet daarbij namen, roepnamen en geboortedatums om in nummers die geassocieerd zijn met de planeten van de astrologie en de Tarot kaarten. Die geven me dan inzicht in de levenslijnen (gezondheid, karakter, professies, liefdesleven, vorige incarnaties, lotsbestemming, kleuren, enz.) van mijn klanten. Ook bij het opzetten van nieuwe bedrijven wordt ik vaak geconsulteerd bij de keuze van de juiste naam; elk getal heeft namelijk zijn eigen vibratie en deze dient overeen te stemmen met de doelstelling van het betreffende bedrijf om het bedrijf tot een success te kunnen maken.
Doe je, naast numerologische Tarot nog andere dingen?
ET: Nee eigenlijk niet. Vroeger heb ik nog wel voor het tijdschrift Bollywood geschreven maar tegenwoordig besteed ik al mijn tijd aan consulten en lezingen met numerologische Tarot.
Wat mis je van Belgie het meest?
ET: De gezellige terrasjes en het Belgische bier. En de mooie fietspaden van Belgie – die heb je hier helaas niet.
Zie je jezelf ooit terug gaan naar Belgie?
ET: Nee. Sinds 1997 ben ik Indonesie niet meer uitgeweest.
Meer over Erna Twechuizen en numerologische Tarot is te lezen op haar website: www.ernatwnumeroltarot.com

Wilt u in aanmerking komen voor een van de volgende edities van “In gesprek met…”, stuur dan een e-mailtje naar:

pakrobert@hotmail.com
Copyright © 2008 Pak Robert